Offshore Terminologie

Vind hier een verzameling van termen en kreten die gebruikt worden in de offshore industrie in Nederland en vele hiervan ook in het buitenland. Dit omdat de terminologie internationaal is en vaak uit het Engels is overgenomen. Ik ben me er van bewust dat de terminologie en ontwikkeling niet stil staat dus er kunnen woorden tussen zitten die verouderd of inmiddels veranderd zijn.

Uiteraard zijn er verschillen in het gebruik van termen en dit verschilt zelfs per operator, maar een groot deel overlapt elkaar wel en zal door de meeste mensen in de offshore begrepen worden (zeker na enige uitleg). Heb jij leuke offshore termen of kreten die je wilt delen, zet ze dan in de comment sectie van deze post en ik zal ze toevoegen.

Offshore kreten en termen

  • AHU (Air Handling Unit) – Is een lucht behandelings installatie. Zie ook H.V.A.C.
  • APS – Assistent Platform Supervisor .
  • Barge – Een werk/hotel eiland welke naast een vaste installatie gezet kan worden tijdens grote projecten (barge campaign).
  • Basecrew – Vaste bemanning van een offshore installatie (zie ook operaties).
  • Berth – Engels voor slaapplek of hut (scheepvaartterminologie).
  • Blauwe hap – Elke zondag wordt er een ‘blauwe hap’ geserveerd. Dit is een term voor Indisch eten (rijst ed) en stamt uit de tijd dat ons leger in indonesie zat (1945 – 1950). Helaas staat ‘blauwe’ niet altijd synoniem voor iets positiefs.
  • Bullheaden – Het weer in leven brengen van een put dmv een andere put met een hogere ingesloten druk.
  • Cabin – Slaapkamer op een offshore installatie. Zie een voorbeeld van een cabin op de pagina van F3-FB-1.
  • C&E – Cause & Effect (Proces veiligheidssysteem).
  • CIV – Chemical Injection Valve. Zie ook X-Mas Tree.
  • Choke (Valve) – Klep welke een vloeistof of gas kan regelen op flow of druk.
  • Crane driver – Persoon die gecertificeerd is om te kraan te mogen bedienen tijdens boot wzh of andere zaken gerelateerd aan of met de kraan.
  • Crew Change (dag/vlucht) – Wachtwissel vaste bemanning.
  • DCS (Distributed Control System) – Is het systeem waarmee het gas- en of olie proces bestuurd wordt. Tegenwoordig gaat dit via computers en PLC, maar vroeger ging dit via grote panelen met knoppen en schrijvers. Zie op de pagina van de K7-FA-1 een voorbeeld van een oude controlekamer.
  • DHSV – Down Hole Safety Valve (klep enkele honderden meters in de productie leiding welke is bedoelt om een put veilig af te sluiten bij bovengrondse calamiteiten).
  • DM – Dual Manually (of Dolle Mina) -> De naam “Dolle Mina” komt uit de eerste dagen van de olie & gas wereld. De schoonmaaksters stootte nog wel eens tegen de verkeerde knop aan bij het shoonmaken waardoor de hele productie werd stopgezet. Deze belangrijke knoppen werden dan voorzien van een extra veiligheid, namelijk dat je gelijktijdig de DM in moest drukken voordat ze bedient konden worden. Hierdoor konden de schoonmaaksters tegen de knoppen aan stoten zonder dat de installatie stil viel :yahoo:  
  • DNV (Det Norske Veritas) – Is een wereldwijd opererend Noors classificatiebureau voor met name de maritime- en offshore wereld.
  • DP – Dynamisch positioneringssysteem (veelal gebruikt bij boten/jack-ups/barges).
  • Deckpusher – De persoon die zorgt voor het reilen en zeilen op een platform zoals het schoon houden, dekplannen en is daarom ook vaak gecombineerd met kraanmachinist en radio operator.
  • E/I – Electro & Instrumentatie onderlegd persoon (LTS/MTS met als aanvulling meet en regeltechniek).
  • EBD – Emergency Blow Down.
  • ESD – Emergency Shut Down.
  • F&G (Fire & Gas) – Gas en brandmeldinstallatie. Denk aan brand-, gas- en ultrasonedetectie middelen. Maar ook manuele bediening zoals drukknoppen of hendels.
  • Fakkelen – Het verbranden van gas wat word afgeblazen na een proces storing of calamiteit (of na een geslaagde boring). Fakkelen gebeurd ook om ongewenst hoge concentratie gassen te krijgen in en om een installatie.
  • First Gas – Na het boren word het eerste gas wat omhoog komt af gefakkeld door het boorplatform.
  • Fountain (melding) – Fountain is een software platform waarop incidenten (en aanverwante zaken) gemeldt kunnen worden. Voor zover ik weet wordt dit alleen binnen de NAM gebruikt.
  • Galley – Keuken.
  • HMI – Hoofd mijnbouw Installatie.
  • HSE – Health, Safety & Environment.
  • H.V.A.C. – Heating, Ventilation, Air conditioning -> luchtbehandelingssysteem.
  • Hut – Slaapkamer op een offshore installatie.
  • Jack-up – Een werk/boor- platform die zichzelf omhoog kan ‘takelen’ dmv poten. Zie ook onze Barges of Boorplatformen pagina’s.
  • LMRA – Last Minute Risk Assesment, Laatste veiligheidscheck voordat je begint met werken.
  • LM(G)V – Lower Master (Gate) Valve. Zie ook X-Mas Tree.
  • Lucifers – Dit zijn gewoon lucifers, maar op (eigenlijk) alle platformen mag je geen gebruik maken van aanstekers (worden, als het goed is, bij de douane al in beslag genomen), dus liggen er altijd doosjes lucifers in de rookhokken.
  • MOS – Manual Override Switch.
  • Mechanic – Mechanisch onderlegd persoon (kennis van pompen en motoren).
  • Messroom – Eetzaal.
  • Monopile – Platform welke op 1 poot staat.
  • Nogepa – Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Productie Associatie.
  • OOS – Operational Override Switch, wordt veelal alleen gebruikt bij het (opnieuw) opstarten van een installatie, of installatie deel.
  • OIM – Offshore Installation Manager.
  • Operaties – De bemanning welke behoort tot de vaste operationele groep eiland bewoners (zie ook base crew).
  • (Sr) Operator – (Senior) Bediener van een machine of een complete fabriek.
  • Opito – Centraal register voor olie- en gascertificering.
  • P&ID – Process and Instrumentation Diagram.
  • PAU – Pre-Assembled Unit.
  • PAX (Passagiers) – Het aantal passagiers aan bord van een helikopter of een boot.
  • PDT – Delta P (druk) transmitter (druk verschilmeting).
  • Permit – Werkvergunning.
  • PPE – Personal Protection Equipment.
  • PT – Druk (Pressure) Transmitter.
  • PTL – Platform Team Lead.
  • POB (Persons On Board) – Aantal personen aanbord van een platform, boot of helikopter.
  • PWRI (Produced Water Re-Injection) – Productie water, wat vaak na zuivering overboord wordt gedumpt wordt nu in een oude, niet meer producerende put gestopt. Dit scheelt emissies en hoeft niet te voldoen aan de strenge eisen voor water wat anders overboord zou gaan.
  • Rig – Boorplatform. Kijk op de boorplatformen pagina voor divers verschillende soorten.
  • Riser Platform – Een platform waarbij de putten omhoog komen en afgewerkt zijn dmv de X-Mas Tree.
  • SAR – Search and Rescue (helikopter) (Zie wikipedia). Of kijk een naar de NHV SAR.
  • SCSSV – Surface Controlled Subsurface Safety Valve (klep enkele honderden meters in de productie leiding welke is bedoelt om een put veilig af te sluiten bij bovengrondse calamiteiten).
  • SV – Swap Valve. Zie ook X-Mas Tree.
  • Standby Boat – Boot die de wacht houd bij een eiland of boorplatform ten tijde van hoog risico werkzaamheden.
  • Supply Boat – Boot die het platform voorziet van eten en werk gerelateerde spullen. Kijk op de boten pagina voor diverse supply boten.
  • TLQ (Temporarily Living Quarter) – dit zijn vaak omgebouwde containers welke gebruikt worden om extra bedden te creëren op een platform.
  • TT – Temperatuur Transmitter.
  • Toolboxmeeting – Meeting die word gehouden voordat de werkzaamheden aanvangen.
  • UM(G)V – Upper Master (Gate) Valve. Zie ook X-Mas Tree.
  • Umbilical – Een leiding welke van het ene naar het andere platfom loopt waardoor chemicalien, signalen, voeding of dergelijke door heen lopen.
  • Widowmaker – Is (was) een loopbrug van een drijvende barge naar de jack-up rig. Aan de jack-up kant zit alleen een horizontaal scharnier. Aan de kant van de barge gaat deze horizontaal- en verticaal heen en weer. De kunst van het overstappen is om over te stappen op het punt van de minste beweging. Van barge naar rig op het hoogste punt en ditto van rig naar barge. De widowmaker wordt niet meer gebruikt voor zover ik weet. De term is mij ter ore gekomen door een oud Shell collega.
  • WSI – Well Shut In.
  • (F)WV – (Flowing) Wing Valve. Zie ook X-Mas Tree.
  • X-Mas Tree (Christmas Tree of gewoon Tree) – Is een verzameling kleppen/leidingwerk en fittingen welke er voor zorgen dat een geboorde put veilig is af te sluiten (in combinatie met een DHSV/SCSSV).
0 0 stemmen
Artikelbeoordeling
Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties