Offshore Terminologie

Vind hier een verzameling van termen en kreten die gebruikt worden in de offshore industrie in Nederland en vele hiervan ook in het buitenland. Dit omdat de terminologie internationaal is en vaak uit het Engels is overgenomen.

Uiteraard zijn er verschillen in het gebruik van termen en dit verschilt zelfs per operator, maar een groot deel overlapt elkaar wel en zal door de meeste mensen in de offshore wel begrepen worden (zeker na enige uitleg). Heb jij leuke offshore termen of kreten die je wilt delen, zet ze dan in de comment sectie van deze post en ik zal ze toevoegen.

Offshore kreten en termen

  • Rig – Boorplatform
  • Hut – Slaapkamer op een offshore installatie
  • Berth – Engels voor slaapplek of hut (scheepvaartterminologie)
  • Basecrew – Vaste bemanning van een offshore installatie
  • Crew Change (dag) – Wachtwissel vaste bemanning
  • F&G – Fire & Gas (Gas en brandmeldinstallatie)
  • C&E – Cause & Effect (Proces veiligheidssysteem)
  • HVAC – Heating, Ventilation, Air conditioning, luchtbehandelingssysteem
  • HMI – Hoofd mijnbouw Installatie
  • OIM – Offshore Installation Manager
  • APS – Assistent Platform Supervisor 
  • Messroom – Eetzaal
  • Galley – Keuken
  • Supply Boat – Boot die het platform voorziet van eten en werk gerelateerde spullen
  • Standby Boat – Boot die de wacht houd bij een eiland of boorplatform ten tijde van hoog risico werkzaamheden
  • Toolboxmeeting – Meeting die word gehouden voordat de werkzaamheden aanvangen
  • LMRA – Last Minute Risk Assesment, Laatste veiligheidscheck voordat je begint met werken
  • Permit – Werkvergunning
  • Deckpusher – De persoon die zorgt dat het platform schoon gehouden word, vaak gecombineerd met kraanmachinist en radio operator
  • Jack-up – Een werk/boor- platform die zichzelf omhoog kan ‘takelen’ dmv poten
  • Barge – Een werk/hotel eiland welke naast een vaste installatie gezet kan worden tijdens grote projecten (barge campaign)
  • Nogepa – Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Productie Associatie
  • Opito – Centraal register voor olie- en gascertificering
  • HSE – Health, Safety & Environment
  • DP – Dynamisch positioneringssysteem
  • (Sr) Operator – (Senior) Bediener van een machine of een complete fabriek
  • E/I – Electro & Instrumentatie onderlegd persoon
  • Mechanic – Mechanisch onderlegd persoon (kennis van pompen en motoren)
  • ESD – Emergency Shut Down
  • WSI – Well Shut In
  • EBD – Emergency BlowDown
  • MOS – Manual Override Switch
  • P&ID – Process and Instrumentation Diagram
  • SCSSV – Surface Controlled Subsurface Safety Valve
  • LMV – Lower Master Valve
  • UMV – Upper Master Valve
  • CIV – Chemical Injection Valve
  • SV – Swap Valve
  • WV – Wing Valve
  • Choke (Valve) – Klep welke een vloeistof of gas kan regelen op flow of druk
  • PT – Druk Transmitter)
  • TT – Temperatuur Transmitter
  • PDT – Delta P (druk) transmitter (Druk verschilmeting)
  • First Gas – Na het boren word het eerste gas wat omhoog komt af gefakkeld door het boorplatform
  • Fakkelen – Het verbranden van gas wat word afgeblazen na een proces storing of calamiteit (of na een geslaagde boring). Fakkelen gebeurd ook om ongewenst hoge concentratie gassen te krijgen in en om een installatie.
  • Lucifers – Dit zijn gewoon lucifers, maar op (eigenlijk) alle platformen mag je geen gebruik maken van aanstekers (worden, als het goed is, bij de douane al in beslag genomen), dus liggen er altijd doosjes lucifers in de rookhokken.
  • PAU – Pre-Assembled Unit.
  • Monopile – Platform welke op 1 poot staat
  • Umbilical – Een leiding welke van het ene naar het andere platfom loopt waardoor chemicalien, signalen, voeding of dergelijke door heen lopen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *