NAM L9-FF-1

NAM L9-FF-1 is een gas productie platform van de NAM. De L9-FF-1 produceert aardgas via de NOGAT leiding naar de Gas behandelingsplant in Den Helder. Vanaf de plant in Den Helder wordt het gas gereed gemaakt voor transport naar de Gasunie, waarna het naar de afnemers gaat. De eerste put is al geboord in 1993 en was bijna een jaar later klaar, de put werd geboord door Lauritzen Drilling. De plaatsing van het platform gebeurde in 1997 en de productie is gestart in juni 1998 uit de Solling Fat Sandstone Formatie. Diverse putten hebben in de loop der jaren een plug gezet gekregen, maar produceren wel nog gewoon via een sidetrack.

Het ingenieursbureau Protech uit Schiedam had in 1995 de opdracht gekregen om het ontwerp te maken en uiteindelijk zou het maar liefst 5000 ton gaan wegen! Qua productie moest het produktieplatform een verwerkngsscapaciteit krijgen van maar liefst 16 miljoen kubieke meter gas per dag en werd daarmee NAM’s grootste offshore installatie.
De L9-FF-1 kreeg ruimte voor 12 putten (12 slots) en het gas zou, middels een nieuw aangelegde 20 kilometer leiding, aangesloten worden op de bestaande NOGAT-leiding. Door het aansluiten en produceren van de L9-FF-1 in de NOGAT leiding werd de totale capaciteit van deze leiding en de gasbehandelingsinstallatie in Den Helder bereikt en moest de installatie in Den Helder worden uitgebreid. Buiten het vele gas wat er bij kwam, moest er ook een hoger condensaatgehalte verwerkt worden (Originele tekst is terug te lezen in Nammogram 12 uit 1995).

De L9-FF-1 ontvang van 2 onbemande monopiles gas, dit zijn:

l9-ff l9-fa l9-fb

overzicht l9 veld
Overzicht L09-veld

Het gasvoorkomen

De reservoirs van de L9-FB/FL en L9-FC/FD/FF/FG/FH/FI/FJ voorkomens bestaan uit zandstenen van Onder-Trias ouderdom op een diepte van 2800 – 3200m ten opzichte van zee niveau. De structuren van de voorkomens worden grotendeels bepaald door breuken en zoutstrucuratie. De reservoirs kunnen verder onderverdeeld worden in Lower Volpriehausen zandsteen, Lower Detfurth zandsteen en Solling zandsteen welke grotendeels uit rivier- en duinafzettingen bestaan neergelegd in een droog woestijnklimaat, afgewisseld met schalies die werden afgezet in sabkha’s. Met name de aanwezigheid van de Solling zandsteen was een grote ontdekking in het L9 blok aangezien deze voordien niet eerder aangetroffen was. De Solling zandsteen is lokaal dik ontwikkeld in kleine graben structuren. Daarbuiten is de Solling zandsteen zeer dun en verdwijnt naar het westen toe zelfs helemaal. Gemiddelde porositeit van de L9-FB/FL reservoirs is ~13% met een een gemiddelde permeabiliteit van 3 mD. De reservoir eigenschappen van de L9-FC/FD/FF/FG/FH/FI/FJ reservoirs (met name de Solling zandsteen) kunnen aanzienlijk beter zijn met een gemiddelde porositeit tot 22% en een gemiddelde permeabiliteit van >500 mD. Verslechtering van de reservoir eigenschappen kan lokaal veroorzaakt zijn door zoutafzetting in de poriën van het gesteente.Tussen de reservoirs bevinden zich isolerende kleilagen, de gehele serie wordt afgesloten door kleien en zouten van de Rött formatie.

Meer informatie over de L9-FF-1 is te vinden op NLOG

0 0 stemmen
Artikelbeoordeling
Liked it? Take a second to support Alex van den Steen on Patreon!
Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties